maandag 17 oktober 2011

Uitdaging voor een pacifist

Wanneer men mij vraagt of ik oorlog X of inval Y goedkeur, antwoord ik dat ik pacifist ben. De reden dat ik mezelf in die categorie dwing is omdat het me toelaat pacifisme met enig virulentie te verdedigen. Het militant pacifisme van Einstein indachtig, besef ik natuurlijk dat de Tweede Wereldoorlog steevast als (sterk) tegenargument zal gebruikt worden. Ghandi was overigens van mening dat een vrouw die op het punt staat verkracht te worden beroep kan doen - lees: moet doen wanneer ze dat kan- op (een legitieme vorm van) zelfverdediging. In interpersoonlijke relaties heb ik ook al fysieke kracht moeten gebruiken om anderen te verdedigen. Maar ik heb nimmer opgeroepen tot geweld tegen of voor de bescherming van de ander. Dit zijn uiterst persoonlijke keuzes en doen mijns inziens geen afbreuk aan pacifisme. Georganiseerde geweld (of het oproepen daartoe) heeft een sterke mogelijkheid uit de hand te lopen. Het is tegen dit fenomeen dat ik me verzet wanner ik mezelf een pacifist noem. Wij-zij denken is uitzonderlijk gevoelig voor institutionalisatie en instituties hebben de neiging zichzelf niet op te heffen. Dat laatste is een anarchistische kritiek die natuurlijk verder gaat tot op het niveau van de staat. Aan die laatste kent de republikeinse burger echter het monopolie van geweld toe. Gemakshalve probeer ik beide wereldbeelden te synthetiseren tot anarcho-pacifisme. Het te maken onderscheid tussen beide wereldbeelden is echter dat anarchisme de nuance toelaat dat er instanties zijn waarbij machtsuitoefening wel degelijk legitiem is (doch, de bewijslast ligt bij degene die dat uitoefent). Het is dus ingevuld als een politieke theorie (met vervalsbaarheid ingebouwd), niet zozeer een ideologie (al zijn er anarchisten die stellen dat geen enkele machtsuitoefening legitiem kan zijn). Er is namelijk geen blauwdruk van hoe een anarchistische samenleving er zou moeten uit zien, noch het idee dat we ooit die utopie zouden bereiken. Het gaat enkel om de anarchistische reflex. Dit wil zeggen de kritieke reflex om macht in vraag te stellen en wanneer deze illegitiem blijkt te zijn, af te breken. Pacifisme is echter een geloofsovertuiging. Ik heb me onvoldoende verdiept in de vele theoretische, filosofische en technische uitwerkingen om een geraffineerd pacifisme te poneren. Ik ben bereid pacifisme -in zijn totaliteit, zoals ik ze hier naar voor breng en zoals het doorgaans begrepen wordt- te verlaten indien er een instantie aangetoond wordt, waarbij geweld op een collectieve schaal goed te praten valt. Op individuele schaal, sta ik uitzonderingen toe, zoals eerder aangegeven. Dat past binnen het pacifisme, aangezien ik (als anarchist) mezelf en mijn gebruik van geweld kan legitimeren wanneer ik het gebruik. Hiervoor heb ik kennis genomen van enkele technieken om agressieve individuen te neutraliseren wanneer deze mezelf of (zoals in de praktijk bleek, voornamelijk) anderen te lijf gaan. Wanneer het echter over meerderen gaat, is er een oorlogslogica in werking en is escalatie zelden ver weg. Ik herinner me een instantie waarbij de persoon die ik verdedigde, zichzelf niet zou hebben verdedigd (vandaar mijn interventie). Ik had amper de neiging deze persoon te overtuigen dat toch te doen. Ten eerste is het op zich nobel van die persoon te willen lijden, liever dan lijden te veroorzaken. Ten tweede was deze niet bijzonder in staat zich te verdedigen en zou het dus wellicht voor een groter lijden van die persoon hebben gezorgd. Ten derde, indien verzet wel succesvol zou zijn, is het niet onwaarschijnlijk dat de aanvaller ernstige schade opliep. Hierdoor wordt het slachtoffer de dader. Niet alleen is dit psychologisch een onaangename gedachte, ze valt volgens mij te rechtvaardigen.

De enige manier om dergelijke collectieve waanzin te neutraliseren, zonder immoreel veel schade bij de groep te veroorzaken (en dus het slechte voorbeeld geven, wat verdere escalatie promoot), is door pacifisme te prediken. De oorlogsmoeheid van de duitsers gedurende de Tweede Wereldoorlog twee was ongetwijfeld een belangrijke factor in het voorkomen dat we het hele duitse volk moesten uitroeien om de oorlog te winnen. Aangezien genocide vaak als argument wordt gebruikt om nationaal-socialistisch duitsland af te keuren (in die mate dat men geweld tegen 'hen' moest gebruiken), ga ik er gemakshalve van uit dat niemand hier een voorstander van is. Zelfs indien de burgerslachtoffers in oorlogen sinds de wereldoorlogen (relatief ten aanzien van soldaten) niet zo hoog lagen, zou ik nog steeds niet geneigd zijn het ene als de systematische vernietiging te zien en het andere niet. De 'denkfout' die hier dus wordt gemaakt is het hellend vlak van oorlog tot genocide. Want in een totaaloorlog vecht iedereen tot de laatste snik.

Zijn er dan werkelijk geen situaties denkbaar waarin het pacifisme dient te verlaten worden? Noam Chomsky, als anarcho-syndicalist, stelt dat arbeiders die een failliete fabriek (waarvan de kapitalist ze ging opdelen en verkopen) als collectief draaiende houden, het recht hebben deze productiefactor te beschermen met geweld. Toch geeft hij zelf aan dat hij niet goed is in het maken van tactische keuzes, bijvoorbeeld of de universiteit steun diende te betuigen aan dienstweigeraars. Dit bleek een succesvolle taktiek te zijn en hij gebruikt dit vaak als voorbeeld waarom mensen beter hem niet om advies vragen als het op concrete acties aankomt. Aangezien hij ook afraadt dat mensen met helmen protesteren (omdat de staat toch het monopolie op geweld heeft en altijd zal overtroeven), ben ik geneigd (hem hier wel gelijk te geven) dit door te trekken. In een seculiere samenleving met formele democratische regels, ben ik niet geneigd om anarcho-syndicalist te worden. Toch is het goed mogelijk dat na het lezen van "Anarchisme en syndicalisme in Spanje", ik me bedenk. Ik zou me in ieder geval niet meer een laffe pacifist voelen. Maar het zou een al te gemakkelijke cognitieve dissonantie zijn indien ik in deze wereld geen instanties herken waar ik met geweld zou willen tegen optreden. Als de les uit de Tweede Wereldoorlog  is dat als genocide je stoort en je dit met geweld moet bestrijden, dan zou ik bijvoorbeeld gaan vechten tegen de Janjaweed of Interahamwe-milities. Wederom, of onze staat dit zou moeten doen is een andere vraag. Dienstplicht zou in ieder geval mensen bewuster maken van de oorlogen die een land voert (en gevoeliger voor eventuele invallen of represailles). Wie echter zegt dat de overheid alles in de naam van het volk doet, volgt de logica van de daders op 11 september 2001, die stelden dat in een democratie, iedereen medeplichtig is en er dus geen onschuldige slachtoffers zijn. De gevaren van een oorlogslogica of eender welke strijd tegen imperialisme worden snel duidelijk met dit beeld in het achterhoofd. Al is het amerikaans imperialisme schuldig aan corporatisme (de verstrengeling van de overheid en kapitaal) en niet aan jihad (religieuze rechtsregels, dus een verstrengeling van staat en -in casu- godsdienst). Dit geeft een sterke indicatie dat bij die eerste geweldloze hervorming mogelijk is, waar dit bij een revolutie in het denken vereist (te beginnen met de inclusie van vrijheid van meningsuiting). Ik maak bij deze gemakshalve abstractie van de huidige stand van zaken. Zo is de overgrote meerderheid van kapers afkomstig van Saudi-Arabië, die samen met enkele andere olieland en China de enige landen in de wereld zijn die niet schuldenaars zijn maar schuldeisers. Laten we ons echter beperken tot een academische oefening uit het verleden, al was het maar om de schok tot de consequenties die dit zou kunnen hebben te verzachten en op een menselijke manier met cognitieve dissonantie om te gaan. Het is goed denkbaar dat  er ooit een periode was waarin er een nexus bestond van Kerk, Koning en Kapitaal. Indien een strijd hiertegen gerechtvaardigd is voor mezelf, is dat ook zo voor anderen en vice versa. Er zijn mensen die van mening zijn dat ongeacht of ze zelf al dan niet gaan vechten, de overheid het recht heeft via propaganda en minder subtiele vormen van dwang oorlog te verklaren en te gebruiken als machtsmiddel. Als moraalwetenschapper ben ik geneigd me te houden aan universaliseerbaarheid om contradicties in het denken tegen te gaan. Als de overheid hen dwingt, geldt het ook voor hen (dus zouden ze het wel doen). Ik hou er een analoge redenering op na als of je God nodig hebt om het goede te doen. Kritieken op conservatisme en verdedigingen van anarchisme terzijde, zal ik me houden aan het schematisch uitdenken van pacifisme. Indien ik er 10 jaar over doe om van mening te veranderen (want pacifisme is een mening, geen oordeel), dan ziet het volgende schema me er relatief realistisch uit:
1920: Waarschuwen voor 'banksters'. Mensen er op proberen wijzen dat als gangsters in banken werken, dit er voor kan zorgen dat kapitaal weggesluisd wordt naar allerlei onzuivere zaken.
1930: Vechten* tegen de fusie van Kerk, Koning en Kapitaal aan het Spaanse Front.
1940: Oorlogsmoe pacifisme verklaren als de enige waardige manier om de strijd te voeren.
1950: Verbaasd zijn, dat na de twee atoombommen die gevallen zijn, de mensheid nog steeds bestaat.
1960: Verbaasd zijn hoe goed de volgende generatie het heeft (op materieel vlak).
1970: Verbaasd zijn hoe goed de mens geworden is (op moreel vlak)
1980: Verbaasd zijn dat ik nog steeds verbaasd kan zijn.
1990: Klagen hoe vroeger alles beter was. Al was het vorig decennium niet wezenlijk anders.
2000: Het einde verwachten
2010: Het einde verwelkomen.
2020: Waarschuwen voor de banksters.

*Uiteindelijk zou ik echter waarschijnlijk weigeren, zelfs als George Orwell hemzelve me vroeg om hem te vergezellen. "Sterven doen we allemaal, doden is een optie", zou ik zeggen terwijl ik hem afwimpel. "Ik wil wel sterven voor mijn idealen, maar je strijd moet je zelf maar strijden". Een keuze met slechte gevolgen, gezien het nexus van Kerk, Koning en Kapitaal dat er een halve eeuw aan de macht zou zijn.

Mensen die de strijd met cognitieve dissonantie wensen aan te gaan kunnen contempleren hoe AXA, Dexia, Fortis en ING investeren in clustermunitie, hoe AXA, Dexia, Fortis, ING en KBC investeren in Birma (dat overigens kernwapens wenst te bemachtigen) of hoe Dexia winst maakt aan de bezetting van Palestina. Dat laatste kan men misschien nog vergoelijken met een aanval op de Islam. Landmijnen kan men misschien goedpraten als obstakel tussen een unificatie van Korea. Maar dan blijven wapens met verarmd uranium nog steeds een probleem. Toegegeven, het zorgt voor slordige doden in plaats van goed geordende doden zoals bij de holocaust. Maar de reflex om nalatigheid minder ernstig in te schatten (of minder blaamwaardig te achten), dan intentie berust wat mij betreft op een overschatting van die laatste. Men heeft namelijk doorgaans altijd goede intenties en laat het na om overduidelijk kwaad te bestrijden wanneer men het zien. Kwaad te zien en niets doen, is de lafheid van de pacifist. Doch stel ik dat ik niet niets doe, ik gebruik de rede om een duurzame vrede te bewerkstelligen. Elke persoon die pacifisten wenst uit te moorden, zal ik trachten te bekeren. Elke groepering die met geweld tracht mensen te beschaven om geweld te gebruiken om geweld tegen te gaan, zal ik trachten te begrijpen; alsook trachten hen mij te doen begrijpen. Ik ben echter niet ongevoelig voor de uitdagingen van geweldloos verzet. Misschien is het slechts een mening, een droom.

Misschien bedenk ik me bij het zien van The Black Power Mixtape. Zoiets valt nooit uit te sluiten.

Post Scriptum: Ik kan me nog steeds in een pleidooi voor zelf-verdediging vinden. Mits de noodzakelijkeopmerkingen. Wanneer een staat het recht heeft zichzelf te verdedigen, daar heb ik nog geen zinnig antwoord op. De bevolking heeft in ieder geval het recht zichzelf te verdedigen. Een bevolking die kan vechten lijkt me niet slecht. Iedereen een vuurwapen geven en evolueren richting de VSA of Zwitserland, lijkt me niet noodzakelijk. Zelf ben ik een lid van de bevolking dat wellicht het niet met geweld zal opnemen voor een staat. Om vervolgens gedwongen te worden te vechten, de moorden en te sterven voor dat ideaal lijkt me dan ook ongeoorloofde dwang. Dienstplicht is dus niet aan de orde. Al zou het wel een bewustzijn van het militaristisch beleid van een staat kweken bij de bevolking. Een voorzienbaar gevolg is een pacifistische houding zoals Finland.

Om de redenering die Harris maakt te vervolmaken. Ik ga er van uit dat machthebbers soms illegetiem die macht uitoefenen. Sommigen zouden zich ethisch 'gerechtvaardigd' voelen om zich te verzetten. Vaak is dit niets meer dan een misplaatst wraakgevoel. Als de economie het slecht doet, kan het zijn dat mensen hun lening niet kunnen afbetalen en uit hun huis worden gezet. Dat je werkgever je onvoldoende betaald en je bank de premie optrekt, is irrelevant. De politie zal alle macht gebruiken die ze hebben (en bij staten is dat een monopolie) om je uit je huis te zetten. De beste optie is te vluchten. Zo ook op collectief vlak. Als een leger je land binnenvalt, is de beste optie te vluchten. Bijvoorbeeld naar een naburig land. Eventueel naar nog een ander land waar je de autoriteiten kan inlichten dat je land onrechtmatig geannexeerd wordt. Dat de autoriteiten humanitaire interventie, rechtmatige inbeslagname van goederen bepleiten of niet luisteren naar mensen zonder papieren is niet aan de orde. De eerste impuls is te vluchten. Pas wanneer geweld werkelijk onvermijdelijk is, moet je vechten. Het nadeel is dat dit een volledige verbintenis vereist. Je zal moeten vechten tot de dood (van minstens 1 van de 2). Volledige vernietiging is soms te vermijden. Bijvoorbeeld wanneer bewustzijn verloren wordt of er sprake is van fysieke incapacitatie (lees: verlamming). Escalatie ligt echter altijd op de loer en weerbarstig- alsook spannigheid worden vaak onderschat.

Vergeet ook niet dat macht iedereen corrumpeert. Zowel degene die het uitoefent als degene die het ondergaat.

zaterdag 24 september 2011

Globale dominantie

Wie vlug iets wil bijleren over wereldgeschiedenis kan best kijken naar deze uiterst amusante lezing.
De recentste lezing die ik bij TED heb gezien haalt niet hetzelfde niveau. Wellicht omdat de spreker minder tijd kreeg om zijn verhaal te doen. Ga heen en bekijk!

donderdag 22 september 2011

Politiek: Een illustratie van de relevantie van moraliteit

Indien het een mensenrecht is voedsel te krijgen, dan zou het niet zo vergezocht zijn iedereen in "ons land" (elk territorium waar een overheid een aanspraak op legitieme macht doet) 200 Euro aan maaltijdcheques te geven. Als huisvesting dat is, dan zou iedereen recht moeten hebben op een sociale, passieve woning (opt-out principe op 18). Wie dat niet wenst (mobiliteit in plaats van stabiliteit), krijgt voor hetzelfde bedrag eco-cheques om de huur te betalen. Gebouwen zijn CO2 uitstoot nummer 1 (of was het van alle broeikasgassen, Jeremy Rifkin zal zei CO2 dacht ik), dus passieve gebouwen lijken mij een de enige manier om ons habitat ("de planeet") te redden EN mensen te voorzien van een bed en een dak boven hun hoofd. Als men dat voorstelt aan de doorsnee man of vrouw, vraagt deze "Is daar wel genoeg geld voor?". Welnu, indien onze maatschappij voor deze twee dingen geen geld kan vrijmaken, als daar geen voldoende technologie voorhanden is, voor wat dan wel? Wat is er dringender dan die twee dingen? Als er geld over is, stel ik natuurlijk voor dat aan onderwijs te spenderen (preventie als overheidstaak). Er zijn redenen om aan te nemen dat er voldoende middelen zijn in de westerse wereld en niet voldoende 'politieke wil' (ik zal de Chomskiaanse analyse van dat concept maar achterwege laten in deze bijdrage) om dat te delen met de rest van de wereld, dus waarom niet meteen onderwijs voor iedereen. Zo kunnen we aan gezondheidszorg doen door iedereen te informeren en een kans te geven om voor elkaar te zorgen op een redelijke manier. Als er dan nog genoeg geld is, kunnen we aan gezondheidszorg doen. Maar aangezien mensen zich tegenwoordig onsterfelijk wanen en de kredieteconomie zich te gemakkelijk in de schulden werkt, wil ik om fiscale redenen mensen niet te veel beloven.
Hoe verwezenlijken we dit? Door een nieuw en nog onbekender gezicht dat zich op de lijst bij Groen! zet? Door proberen stemmen af te snoepen van de PVDA+ lijst of de de opkomende Piratenpartij de kop in te drukken? Of door een idee te poneren?
In een republiek zouden deze twee rechten gewoon gegeven zijn. Niemand zou de rechten kunnen afnemen. We leven echter in een democratie en misschien is dat maar best. Wat ik wil, is niet wat iedereen wil en het is niet omdat ik een bepaalde politieke visie heb, dat ik deze (als een Leviathan) moet afdwingen bij de rest van de bevolking. Dus laten we gebruik maken van de Wetgevende Macht. Dit zou het volk moeten zijn. Welnu, in landen met een hoge internetpenetratiegraad is dat mogelijk. Iedereen heeft binnenkort een e-mail waar de overheid je kan bereiken (tax-on-web), voorlopig is de opkomstplicht nog niet virtueel. Dat houdt steek aangezien vrouwen nog steeds niet economisch zelfstandig genoeg zijn om hun man te verlaten en die er dus op nakijkt of ze wel juist stemt. Dat ze zo wanhopig vasthoudt aan materiele middelen die de testosteronrijke kostwinner verschaft, heeft alles te maken met de kinderen die een erfenis moeten krijgen om niet verstoken te zijn van...voedsel en onderdak. Wat was het punt voor ik deze tegenargumentatie even weerlegde? Welnu, dat we voor ieder wetsvoorstel (met een quorum van de huidige verkozen vertegenwoordigers) een referendum kunnen organiseren. Meer nog, dat dat automatisch het geval is. Indien mensen zich absoluut niet in politiek interesseren, blijven ze er van tussen. Indien ze per wetsontwerp/voorstel (juristen en politici weten op welke pervertering ik hier doel met de "/") echter interesse vertonen, kunnen ze ook per ontwerp stemmen.
Als er mensen durven beweren dat 'anderen' (nooit zijzelf, immer anderen) niet zouden werken indien ze niet op straffe van verhongering en dakloosheid zichzelf moeten verhuren op de arbeidsmarkt, dan heb ik maar 1 reactie: "Ik hoop dat de economie (zoals jij die ziet) snel in elkaar valt. Als dat de werkloosheid is die je vreest, hoera voor de werkloosheid. Leve de vrijheid van die mensen om te doen en laten wat ze willen. Zich niet kapot te werken indien ze dat niet kunnen."
Hoe moeten we dat betalen? Laten we een taxatie hebben op basis van mortaliteit. Een rationele belasting. Bijvoorbeeld door tabak, alcohol en geraffineerd suiker meer te taxeren. Tabak, niet sigaretten (daar zitten we al aan een maximum). Alcohol, inclusief de kosten verkeersongelukken die door alcoholconsumptie (die op hun beurt aanleiding geven tot te snel rijden). Welvaartziektes moeten zichzelf indekken door de juiste accijnzen te heffen. Het zout, vet en zoet eten dat men doorgaans koopt is geen voedsel. Het kan dus ook geen maaltijd vormen en vereist dus iets anders dan maaltijdcheques. Bijvoorbeeld geld. Dat lijkt me een uiterst geschikt middel om luxeproducten te kopen waarbij je afhankelijk bent van de private marktwerking.  Asociale woningen bouwen en het ontbreken van enige ruimtelijke ordening ten nadele van ons habitat (de golfbanen buiten het VK vallen gelukkig best mee, dus daar hoef ik niet over te beginnen) is echter een inbreuk op het publieke leven. Ach ja, de Belg heeft in een baksteen in zijn maag. Hij moet toch iets eten.

maandag 19 september 2011

Kant en Kunst

Wie er Kant op naleest op de nederlandstalige wikipedia (dat komt er van als je je schrijvers niet betaald, dan doen minderheidstalen als Nederlands het in het begin heel slecht), komt uiteindelijk bij de citaten terecht (komaan, wie wil er nu niet Kant kort samenvatten?). De leukste zijn natuurlijk degenen zonder bron. Net zoals het leukste verhaaltje over Kant er 1 is dat meer dan waarschijnlijk niet waar is. Hier zijn de uitspraken:

Zonder bron

  • "De mens is een ziekte op de huid van de aarde"
  • "Mijn filosofie heeft me niets bijgebracht, maar veel bespaard."
  • "Omdat geluk niet een ideaal van het verstand is, maar van de verbeelding."
  • "Over smaak valt wel te twisten, maar niet te discussiëren."
Nu moet ik er meteen bij zeggen. Ik zag mezelf altijd als esthetisch relativist. Ik denk dat mezelf dat nog steeds kan noemen. Al zal ik niet zo kort door de bocht gaan door te stellen dat Nietzsche ongelijk had over de hele lijn. Dat zou een te gemakkelijke manier zijn om met esthetica af te rekenen. Als moraalwetenschapper zie ik in dat Kant het de moeite vond er een derde kritiek aan te wijden, ik heb nooit esthetica gekregen (behalve in het middelbaar, maar dus niet als moraalwetenschapper) en dat ik geen kunstwetenschapper ben. Toch zie ik in de Verlichting de neiging van filosofen de Rede te poneren als voldoende om aan ethiek te beginnen. Als naturalist (de enige te hanteren methode om tot wetenschap te kunnen komen, me dunkt) ben ik best bereid de beginselenmoraal als een fenomeen van redelijke en dus morele wezens te poneren. Schoonheid, die volgens Kant verschilt van smaken, herleid ik tot zaken als symmetrie en andere fitness-psychologische mechanismen. Zoals de formule van Euler plots gelijk is aan beide kanten. Soms is dat directer (universeel aantrekkelijk gezicht), soms indirect (abstracte concepten). Zit dat in een schilderij? Voor mij enkel wanneer het leven imiteert. Paul Bloom vertelt hoe we van kunst genieten. Vaak omdat we het oorspronkelijke willen (is schaars en dus duur en zodoende een middel tot status). Het genieten zelf, daarvoor laat ik even dit schilderij zien:
Dit is dan misschien wel objectief mooi, zoals welzijn objectief goed is en rechtvaardigheid een middel om het te bereiken; ik denk niet dat we daarom zijn werken moeten lezen. Laten we durven onszelf van ons verstand te bedienen, zonder leiding van een ander. Dat is Verlichting; dat is helaas, nooit voorbij.
Indien er filosofen dit lezen: Utilitarisme ligt in het verlengde van het project van de Verlichting. R.M. Hare had gelijk om alle fouten redenen. Maar hij had redenen, net zoals Kant en daarom alleen al zijn ze deel van dezelfde traditie. De recentste trend is misschien wel de Gentse traditie.

zaterdag 17 september 2011

Niet alles wat blinkt...

Het kost 3 uur om naar "The Corporation" te kijken. Dus laten we slechts 1 zaak er uit lichten. Iets dat menig politiek liberaal nauw aan het hart ligt: Goud.
Carlton Brown: I've got to be honest with you. When the September 11th situation happened, and I must say, and I wanna say this because I don't want to take it lightly. It's not a light situation. It was a devastating act. It was really a bad thing. It was one of the worst things I've seen in my lifetime, you know. But, I will tell you and every trade will tell you, who was not in that building and who was buying gold and who owned gold and silver, that when it happened, the first thing you thought about was, "well, how much is gold up?" The first thing that came to mind was, "my God, gold must be exploding". Fortunately, for us, all our clients were in gold. So when it went up they all doubled their money. Everybody doubled their money. It was a blessing in disguise. Devastating, crushing, heart shattering, but on the financial sense, for my clients that were in the market, they all made money. Now, I wasn't looking for this type of help, but it happened. When the USA bombed Iraq back in 1991 the price of oil went from $13 to £40 a barrel, for cying out loud! Now, we couldn't wait for the bombs to start raining down on Saddam Hussein. We were all excited. We wanted Saddam to really create problems. "Do whatever you have to do, set fire to some more oil wells, because the price is going to go higher." Every broker was chanting that. There was not a broker that I know of that wasn't excited about that. This was a disaster. This was something that was, you know, catastrophe happening. Bombing. Wars. In devastation there is opportunity. 
Nee, niet het zwarte goud (dat ook natuurlijk). Maar het goud waarvan men weet dat het niet op zal geraken. En toch wil men steeds meer. Zo moet men verder goud ontginnen om toch maar met de conjunctuur om te kunnen gaan. Niet alleen in Midden-Amerika, maar in heel Latijns-Amerika. Aangezien er daar nogal wat regenwoud te vinden is, zou dat wel eens wat schade kunnen veroorzaken. Natuurlijk is China in die logica mee aan het stappen. Dat soort bronnen overtuigt natuurlijk niemand. Maar neutrale inleidingen in de problematiek zouden toch sommigen kunnen aanzetten tot enige twijfel. Sommige filosofen vinden 'wetenschap' dan weer een problematisch concept (toch als het als 'objectief') wordt geponeerd.

zondag 11 september 2011

Open Monumentendag

Vandaag was het open monumentendag. Aangezien het wellicht de laatste keer was dat de Leopoldskazerne te Gent te bezoeken was, nam ik een kijkje. De rondleiding was leuk en wellicht had ik er goed aan gedaan te vragen waarom er her en der wordt gepocht met het 100-jarig bestaan. De kazerne bestaat namelijk al heel wat langer, zoals ook bleek uit de uitleg van de gids. Deze liet weten dat tijdens de Duitse bezetting, de kazerne herdoopt werd tot de 'Kaserne Kaiser Wilhelm'. Het valt aan te nemen dat het antwoord op mijn ongestelde vraag dan ook het herdopen van de kazerne ligt. Nu liet hij weten dat tijdens de bezetting een oud vrouwtje aanklopte en vroeg naar de Leopoldskazerne. Ze maakte zich kwaad bij het hernoemen van de kazerne en werd terechtgesteld voor haar luidruchtig protest. Ik had er goed aan gedaan te vragen hoe die dame heette, want uit het dagboek van Virginie Loveling kon ik dit niet afleiden. Ik citeer haar dagboek dat aan de wand terug te vinden was. Ik zet de hilarische zaken in het vet. Als je autoriteitsfiguren moet jennen, doe het dan met enige humor. Slimme mensen komen tot een redelijk inzicht. Domme mensen reageren met een bruutheid die hen dermate onpopulair maakt bij het gros van de bevolking dat de bezetting niet lang kan duren.
Een werkvrouw vernam ook, dat de nieuwe kazerne - de Leopoldskazerne - waarvan ze den naam zelfs nog niet kende, thans de Wilhelmskazerne hiet en als aldus moest aangeduid worden. Haar vaderlandsliefde was wakker geschud. Luide sprak zij haar verontwaardiging uit: ‘Een schande, al onze jongens dood doen, is nog niet genoeg; onze gebouwen moeten Duitsch worden. Mijn bloed kookt, als ik er aan denk.’Dit spookte dagen achtereen in haar hoofd, in bestendigen roes van gramschap en besef van machteloosheid. Wreken zou ze zich in de maat van het mogelijke; op een morgen maakte zij den omweg langs de Citadellaan, naar haar dagtaak gaande. Daar wist ze, dat steeds een schildwacht stond aan den voormaligen mess - het officiers-maaltijd gebouw onzer belgische bezetting thans ook als alles in vijands hand. Ze zou hun eens beet nemen. Ze naderde het huis, bezag het van beneden‘Landvet(te)’: mest. naar omhoog, als zocht ze om het te herkennen; toen zich aanstellend als aarzelde zij, en sprak den schildwacht aan, die verdrietig, in volle wapenrusting, met zijn voeten de kou trachtte weg te stampen:‘Dit hier is toch wel de Leopoldkazerne, niet waar?’‘Nein,’ antwoordde hij barsch, haar den rug toewendend en stapte metaalrinkelend verder langs het trottoir.Maar ze bleef staan totdat hij traag, lusteloos, weder op haar toekwam: ‘'t Is heel zeker, dat het hier de Leopoldkazerne moet zijn,’ hield ze vol.Hij zag haar aan met rustig ongenoegen en sprak geen woord. Dit moedigde haar aan om hem langer te tergen.‘Indien dat de Leopoldkazerne - steeds op het woord drukkend - niet is, zeg mij dan, waar ik de Leopoldkazerne kan vinden.’Nu was 't genoeg.Hij hief den loop van zijn geweer op, bracht dien naar voren, als een bedreiging van te gaan mikken en afvuren, wat haar den doodsangst op het lijf joeg, toen zei hij, er mede een bank aanwijzend op den overkant van de laan: ‘Ga ginder zitten, stout wijf.’IJzend, schier ademloos, onbekend met de strafmacht hem veroorloofd, en onwetend in hoever hij die toepassen zou, wankelde zij naar de bank en liet er zich op nedervallen. De schildwacht hernam zijn gang langs het zijpad van den mess, voorbij het schuilhuisje met de duitsche kleuren, heen en weder, zooals een witte beer doet in zijn hok.Voorbijgangers, en soldaten, deze ruisschend aan- en voortstappend, bezagen haar; enkelen keken wel eens om zich afvragend, waarom dat schamel vrouwtje daar zoo vroeg, bevend van kou, in de winterlucht, op de vochtige bank, onder die naakte boomen, zitten bleef... maar geen een sprak haar aan, en iemands hulp inroepen of opstaan dorst ze niet: Och God, en haar werk! Eindelijk na een tijdverloop, dat uren scheen, kwam een aflosser van den schildwacht. Ze wisselden een paar stille woorden, wat haar nieuwen angst gaf... Wat ging er nu met haar gebeuren? Ze kromp letterlijk in een, toen de geduchte vijand de laan overstak en recht op haar toetrad. Met de handen tezaam en met starren blik hem genade afsmeekend, wachtte zij 't vonnis af. Even met de punt van zijn bajonnet haar schouder beroerend, zei hij, den arm uitstrekkend:‘Marsch!’ waarop ze zoo vlug mogelijk wegijlde.
U ziet het. Dat leest een pak onschuldiger.
Er waren nog wat andere oude uitspraken te lezen. Op een bord stond gegraveerd: "Ars Longa. Vita Brevis". Uit de aforismen van Hippocrates, waar hij schrijft: De kunst is lang, het leven kort, kansen vluchtig, experimenten gevaarlijk, oordelen moeilijk. Maar het volledige aforisme was me onbekend en ik moest enkel denken aan wat Ronald M.S. Commers me afgelopen jaar had bijgebracht: ‘Ook al is het niet aan jou het werk af te maken, toch ben je niet vrij je eraan te onttrekken’ (bron: rabbi Tarfon). Dat ik daarna het dagboek van Virginie Loveling (die hij ook terloops had vermeld) tegenkwam op de rondleiding was dan ook puur toeval. Misschien niet zo'n puur toeval. Zo kan ik nog wel een link maken met de Habsburgers op basis van wat informatie die terug te vinden was over Karel V. Maar over de Stroppendragers moet je elders maar lezen. De link makende met wat Theo Maassen zegt over stropdassen (dat iedereen hem draagt waar hij het ongemakkelijkst zit), vroeg ik me af wat de etymologie zou zijn. Die blijkt van een andere orde te zijn, maar de herkomst is wel leuk om weten. Ik citeer de nederlandstalige wikipedia even:
De benaming das is volgens de conventie correct; het woord "stropdas" wordt traditioneel niet gebruikt. Deze term is ontstaan nadat het strikken van een das verbasterd is tot het stroppen van een das. Ter vergelijking: in het Duits zegt men "Halstuch" (Nekdas) en in het Engels (neck)tie (idem).
Herkomst: De dragers van de voorouders van de moderne das waren de senatoren in het oude Rome. Zij droegen zogenaamde Fascalia om hun stembanden warm te houden. Een politiek betoog voeren zonder stemversterkende instrumenten in de grote Senaatszaal was erg belastend voor de stembanden. Omdat de senaatsleden deze Fascalia droegen werd het gezien als een symbool van status en macht. Aangezien de Romeinse generaals niet achter konden blijven in hun machtsvertoon hebben ze de Fascalia als onderdeel van hun uniform opgenomen.
Toen ik het krantenartikel las over de slachting van een half miljoen varkens dat per jaar werd uitbesteed aan  Defensie had ik zin om te vertrekken. 10.000 varkens per dag moesten geslacht worden door verplegers, 2 weken in opleiding. "Net degenen die het minste op de hoogte waren van hun rechten", was te lezen. Dat zoiets emancipatorisch (bevel is normaliter toch bevel) te lezen was in een legerkazerne kwam bevreemdend over. Tot je beseft dat het een monument is en zo'n artikel niet op internet terug te vinden is. Het is wellicht uit de jaren '60. Enkel para's moeten eens een kip met de blote handen doden; maar slachtingen op een massale schaal, dat besparen we intussen onze soldaten gelukkig. Het waren ook maar tengere zieltjes, die verplegers in wording, want als er 1 van hen wordt gevraagd wat ze de hele dag doen, antwoord hij "Doden". Een nogal grim beeld om zo'n nobele taak. Hij had evengoed kunnen zeggen "Mensen ,die graag vlees eten omdat het zo lekker is, helpen". Dat de dieren slim genoeg waren om te weten wat er gaande was, zal intussen ook wel opgelost zijn door voldoende opdeling. Het ene varken weet niet wat zijn voorganger net is overkomen. We zijn veel beschaafder. Doet me overigens denken aan de moderniteit. Terwijl ik naar buiten wandelen, langs de ingang die voor mij ook als uitgang dient, bedenk ik wat de gids zei. Men vertrok langs links naar het front en langs rechts kwam men terug van het front. Het opsplitsen van de in- en uitgang is zeer belangrijk. Want anders, indien de soldaten tegen elkaar zouden kunnen zeggen hoe de zaken er voor staan, zou de desertiegraad te hoog liggen.

zaterdag 20 augustus 2011

We Come In Peace (Shoot to Kill)

(Dit stuk is geschreven door Casper Verbuyst en verscheen voor het eerst in Van Stof Tot Nadenken, 2010)

Ik geef toe: ik ben een star trek fan. Neen, ik heb geen rubberen Vulcan oren in mijn schuif liggen of een bat'leth reproductie aan de muur hangen en mijn kennis van het Klingon is hoogstens passief. Maar ik ben wel vertrouwd met de meeste tv-series en ook de speelfilms zijn mij niet vreemd. En indien de situatie er zich toe leent, durf ik wel eens een subtiele referentie te maken naar de Borg. Ik ben een pseudo-trekkie. Waarom deze interesse? Naast het feit dat het star trek canon in essentie de kronieken zijn van ontdekkingsreizigers in space, meer dan reden genoeg op zichzelf, ben ik sinds jongs af aan gefascineerd door de subtiele maatschappijkritiek die verweven zit doorheen de series. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: in de toekomst zijn we allemaal commies. En vegetariërs. Toegegeven, vegetariër zijn is niet moeilijk als je replicator op commando ethisch verantwoorde côte à l'os assembleert met als enige ingrediënt een beetje energie uit een koude fusiereactor. En indien er bijna geen materiële tekorten meer bestaan verdwijnt het sportieve element van het kapitalisme als sneeuw voor de zon.

Maar zelfs op de aarde, uiteraard het centrum van de United Federation of Planets en een baken van vredevolle samenwerking tussen alle soorten die genoeg op mensen lijken voor de occasionele interplanetaire seksscène, een gegarandeerd kijkcijferkanon onder het doelpubliek van puberende tienerjongens, is niet alles altijd peis en vree in de 24ste eeuw. De collectieve welvaart, die voornamelijk bestaat uit automagisch geproduceerde schone en veilige energie, wordt op een egalitaire wijze verdeeld onder de hele wereldbevolking. Van armoede is geen sprake en de gestegen levensverwachting wordt opgevangen met een cocktail van medische vooruitgang en een verfrissend respect voor ouderen. Het milieu doet het, onder de rationele planning van de mens, beter dan ooit tevoren. Maar veruit het grootste deel van de ruimtevaart en het wetenschappelijk onderzoek, cruciale aspecten van deze futuristische wereld, valt onder het bewind van een hiërarchisch militair orgaan dat actief is binnen alle lagen van de maatschappij. Het meest gegeerde goed blijft hetzelfde wat het anno 2010 ook is: macht en aanzien. Jawel, in deze utopie hebben we de ketens van het kapitalisme van ons afgeworpen en een ethiek van tolerantie en verdraagzaamheid voor (bijna) alle levende wezens geadopteerd, maar we zijn nog altijd niet vies van een mooi omlijnde en sterk hiërarchische dominantiestructuur. In tegendeel, wanneer elk statusvoordeel uit geld en eigendom verwaarloosbaar wordt, is excelleren op professioneel vlak meer dan ooit de beste gok om macht te vergaren. En wil je echt carrière maken dan is er maar één keuze: join the army.

Ordehandhavers van de hele mensheid en omstreken, geboren uit de as van een nucleaire holocaust en de revolutie die volgde uit dit apocalyptisch falen, de United Federation of Planets Starfleet zoekt onophoudelijk naar nieuwe rekruten. Van naar 24ste eeuwse standaarden zo goed als ongeschoolde plebs die als kanonvlees kunnen worden gebeamed naar schier onbewoonbare planeten tot hoogopgeleide topwetenschapers van het kaliber dat enkel een verlichte maatschappij kan produceren om te garanderen dat het schip optimaal blijft presteren, er is een plaats voor iedereen die ideologisch conformeert en allen krijgen ze uitvoerige militaire training, een kajuit met zicht op de sterren en een spandex uniform in een kleurtje dat hun functie en dus waarde aanduid. Wie kan zich niet scharen achter Starfleet’s nobele doel, de Melkweg verkennen, contacten smeden met onbekende civilisaties en de collectieve kennis van de mensheid verbreden? Ex astris, scientia!

Uiteraard moet er hier en daar eens een offer worden gebracht. Sommige buitenaardse soorten misinterpreteren onze vriendschappelijke radiogroet wel eens als een aanval, bijvoorbeeld wanneer de resulterende straling blijkt hun schedel te doen smelten, en dit kan soms wel eens op een confrontatie uitlopen. In dergelijke gevallen is het aan de dappere heren en dames van Starfleet om zichzelf, en dus ook ons, te beschermen en dit desnoods met geweld. Gelukkig reizen de meest briljante wetenschappers van hun tijd mee op deze ruimteschepen en zijn de meeste naast hun dayjob als botanist of chemicus ook gespecialiseerd in op plasma gebaseerde phasers en quantum torpedos. Als extra motivatie om hun schip met hand en tand te verdedigen, nemen ze ook hun uitgebreide familie mee aan boord, die in geval van schipbreuk vaak mee met het schip ten onder gaat. Je zou van minder willen wederkerig beneficiële handelsrelaties aangaan met de vreedzame federatie.

Wat een verwarrende en onnodig pluralistische wereld leven we toch in, in contrast met deze visionaire toekomstvisie. Zal de mensheid de nodige eenheid bereiken die noodzakelijk is om reële vooruitgang te boeken? Of zal onze reis naar de sterren worden belemmerd door kleinburgerlijke reformisten? Men kan slechts blijven dromen dat de utopische idealen geschetst in deze tv-serie die generaties nerds heeft geïnspireerd ooit doorsijpelen naar de echte wereld en de mensheid in vredevolle samenwerking zal streven naar een betere toekomst. Voor iedereen die er aan wil meewerken.